Carat / Gidsen

Gouden keurmerken lezen: 375, 585 en 750

Bijgewerkt 2026-09-11 · 6 min leestijd

Het korte antwoord

Het getal van drie cijfers is het gehalte in duizendsten: delen zuiver goud per duizend. 375 is 37,5 procent goud, oftewel 9 karaat; 585 is 14 karaat; 750 is 18 karaat; 916 is 22 karaat. Ernaast staan een meesterteken, het kantoorteken van een waarborgkantoor en soms een jaarletter.

Het getal is een gehalte, geen karaat

375 telt niets wat je kunt zien. Het is een gehalte in duizendsten: delen zuiver goud op duizend delen legering. 375 betekent 375 delen op 1,000, oftewel 37,5 procent goud naar gewicht; de rest is koper, zilver, zink of palladium, dat het metaal kleur en hardheid geeft.

De oudere karaatschaal drukt hetzelfde feit uit op 24. Negen delen goud op vierentwintig is 9 ÷ 24 = 0,375, vandaar 9 karaat en vandaar 375. De twee getallen slaan altijd op hetzelfde, en een stuk kan het ene dragen, het andere of allebei. De karaat van een edelsteen is een gewichtseenheid van 0,2 gram en heeft hier niets mee te maken.

De tekens en waar ze voor staan

TekenKaraatZuiver goudVaak te zien op
3759 kt37,5%Britse en Ierse sieraden
41710 kt41,7%Verenigde Staten, daar het wettelijk minimum
58514 kt58,5%Verenigde Staten, Duitsland, grote delen van Europa
75018 kt75,0%Fijne sieraden wereldwijd
91622 kt91,6%India, de Golfstaten, Zuidoost-Azië
99924 kt99,9%Baar goud, stukken uit China en Hongkong

De andere metalen gebruiken hetzelfde systeem. 925 is sterlingzilver, 92,5 procent; 958 is Britannia-zilver; 800 is een continentaal zilvergehalte dat veel op oudere Europese stukken staat. PT950 of een kaal 950 is platina op 95 procent, met PT900 en PT850 voor lichtere legeringen; PD950 en PD500 zijn palladium.

Een volledig Brits keurmerk bestaat uit drie verplichte delen

Onder de Hallmarking Act 1973 draagt een stuk dat in het Verenigd Koninkrijk is gekeurd drie tekens, geslagen door een van de vier waarborgkantoren.

  1. Het meesterteken. Twee of meer initialen in een gevormd schild, geregistreerd door het bedrijf dat het stuk heeft aangeboden — maker, importeur of verkoper. Het legt vast wie het artikel op de markt heeft gebracht, niet per se wie er aan de werkbank aan heeft gewerkt.
  2. Het gehaltekeur. Het getal zelf, in een omlijsting waarvan de vorm het metaal aangeeft. Er kan een traditioneel beeldteken bij staan, dat sinds 1999 optioneel is: een schrijdende leeuw voor sterlingzilver, een kroon voor goud, een rijksappel voor platina.
  3. Het kantoorteken. De stad die het metaal heeft getoetst. Een luipaardenkop is Londen, een anker is Birmingham, een roos is Sheffield en een burcht is Edinburgh. Glasgow, Chester, Exeter, Newcastle, York en Dublin kom je op oudere stukken tegen.

Een jaarletter — één letter in een gevormd schild, waarbij vorm en lettertype per cyclus veranderen — is sinds 1998 vrijwillig. Staat hij er, dan dateert hij de keuring op het jaar nauwkeurig. Staat hij er niet, dan dateert dat niets.

Conventietekens en invoertekens

Een afbeelding van een weegschaal met het gehaltegetal erin is een Common Control Mark, aangebracht in een land dat het internationale keurmerkverdrag heeft ondertekend. Het wordt in het Verenigd Koninkrijk zonder bijkeuring wettelijk erkend, dus een Zwitsers of Scandinavisch stuk kan dit teken dragen in plaats van een Brits kantoorteken.

Britse keuring is alleen boven kleine gewichtsdrempels verplicht: één gram voor goud, 7,78 gram voor zilver, een halve gram voor platina en één gram voor palladium. Een fijne gouden ketting, een paar lichte oorstekers of een dunne stapelring mag volkomen legaal zonder enig teken worden verkocht.

Amerikaanse stempels zijn een ander systeem

De Verenigde Staten hebben geen waarborgkantoren en geen verplichte keuring. Wat je aantreft is een kwaliteitsstempel die de fabrikant zelf heeft gezet: 10K, 14K, 18K, PLAT, STERLING of 925. Niemand van buitenaf heeft het metaal getoetst.

De federale stempelwet eist dat bij een kwaliteitsteken het geregistreerde handelsmerk staat van het bedrijf dat ervoor instaat. Een kale 14K zonder ergens op het stuk een meesterteken is dus reden om beter te kijken, al komt dat veel voor op oudere en ingevoerde stukken en bewijst het op zichzelf niets.

Je ziet ook 14KP, van karat plumb: de legering is precies 14 karaat in plaats van er net iets onder, een onderscheid dat ertoe deed toen de Amerikaanse toleranties een halve karaat tekort toestonden. Continentale stukken dragen soms een kale 18 of 750 met een ruitvormig meesterteken en zonder kantoorteken.

De tekens die zeggen dat het geen massief goud is

Deze staan naast of in plaats van een gehaltegetal, en ze veranderen de waarde van een stuk met een orde van grootte.

  • GP – gold plated, verguld. Een paar micron goud galvanisch aangebracht op onedel metaal.
  • GF, meestal als breuk zoals 1/20 12K GF – gold filled, doublé. Een gehechte laag karaatgoud die minstens een twintigste van het gewicht van het stuk uitmaakt. Veel duurzamer dan verguldsel, en nog altijd niet massief.
  • RGP of HGE – rolled gold plate en heavy gold electroplate. Dunne lagen, wat het woord heavy ook suggereert.
  • Vermeil – sterlingzilver met een gouden laag erover, vaak alleen gestempeld met 925.
  • EPNS – electroplated nickel silver, dat helemaal geen zilver bevat.

De vaakst voorkomende verrassing is een warmgeel stuk met 925 erin: het lichaam is zilver en de kleur is een laagje. Kijk naar slijtage op de hoogste punten, naar een koelere grijze of roze tint die erdoorheen komt, en naar een groene lijn waar het laagje langs een rand is bezweken.

Als er geen teken is, of het teken niet klopt

Een ongestempeld stuk is geen vals stuk. Tekens ontbreken om alledaagse redenen: het stuk blijft onder de wettelijke drempel, het komt uit een land zonder keuringsstelsel, het is ouder dan de betreffende wet, het is vermaakt en de juwelier heeft juist het gestempelde deel van de band weggesneden, of veertig jaar dragen heeft het teken simpelweg gladgesleten.

Tekens kunnen ook liegen. Gehaltestempels worden ook in verguld werk geslagen, en een stempel is niet eerlijker dan degene die de pons vasthield. Wat het gehalte wél vaststelt, is een toets: XRF bij een juwelier, snel en niet-destructief, maar dat leest alleen de bovenste paar micron en laat zich foppen door een dikke doublélaag – of een toets met zuur en toetssteen, die door een laagje heen gaat en een klein streepje op het metaal achterlaat.

Een keurmerk zo fotograferen dat het leesbaar is

Tekens worden ondiep geslagen en zijn vaak nog geen millimeter groot, dus de foto doet het meeste werk.

  • Maak de plek schoon met een droge doek. Poets hem niet, en poets een antiek stuk al helemaal niet.
  • Belicht van opzij, niet van voren. Scherend licht werpt schaduw in de ingeslagen verdiepingen en maakt ze leesbaar; een directe flits strijkt ze glad tot niets.
  • Leg het stuk op een donkere, niet-spiegelende ondergrond en gebruik de macrostand van je telefoon; ga iets achteruit als de lens weigert scherp te stellen.
  • Fotografeer de binnenkant van de band, de tong van het slot, de achterkant van het hangeroog en het stiftje van de oorbel apart. Tekens staan vaker verspreid over de onderdelen dan mensen verwachten.

Carat neemt over wat er is geslagen in plaats van wat het vermoedt – 750 blijft 750, niet “18 karaats goud” – en duidt het teken pas daarna, en dat is de enige volgorde waarin je de redenering kunt nalopen. Hoe het werkt zet de rest uiteen, en wat je sieraden waard zijn legt uit hoe het gehalte doorwerkt in een smeltwaarde.

Veelgestelde vragen

Is 375 echt goud?

Ja. 375 is 9 karaat, in het Verenigd Koninkrijk wettelijk goud, en 37,5 procent zuiver naar gewicht. De overige 62,5 procent is legering, en daarom is 9 karaat harder, gevoeliger voor aanslaan, en ruim minder dan de helft waard van de metaalwaarde van een stuk van 18 karaat met hetzelfde gewicht.

Wat is het verschil tussen 585 en 750?

585 is 14 karaat, 58,5 procent goud. 750 is 18 karaat, 75 procent goud. Bij hetzelfde gewicht bevat een stuk van 18 karaat ongeveer 28 procent meer goud dan een van 14 karaat, dus de smeltwaarde ligt ruwweg in dezelfde verhouding hoger.

Waarom staat er 925 in mijn gele ring?

925 is sterlingzilver. Een geel stuk met 925 erin is vrijwel altijd verguld zilver, verkocht als vermeil of goud-op-zilver. Kijk op de hoogste punten en aan de binnenkant van de band of er een koelere grijze tint doorheen komt waar het verguldsel is gesleten.

Betekent een ontbrekend keurmerk dat het stuk geen goud is?

Nee. Britse keuring is pas verplicht boven één gram voor goud, en veel landen hebben het nooit geëist. Vermaken, veel dragen en ouderdom halen tekens weg. Bij een ongestempeld stuk stelt een XRF- of zuurtoets het gehalte vast, en niet een aanname in de ene of de andere richting.

Wat betekent 916 op Indiaas goud?

916 is 22 karaat, 91,6 procent zuiver goud, de traditionele standaard in India, de Golfstaten en Zuidoost-Azië. Het is merkbaar zachter en dieper geel dan 18 karaat, en door het hoge gehalte is het gewicht de bepalende factor in wat het stuk waard is.