Carat / Gidsen

925, 800 en de zilvertekens die iets betekenen

Bijgewerkt 2026-09-23 · 6 min leestijd

Het korte antwoord

925 is sterlingzilver: 92,5 procent zilver, de rest meestal koper. 958 is Britannia, 800 en 830 zijn continentale gehalten en 900 is muntzilver. Een Brits stuk kan daarnaast een schrijdende leeuw, een meesterteken en het kantoorteken van een waarborgkantoor dragen. EPNS en nieuwzilver bevatten geen zilver.

Het getal is een gehalte, geen merknaam

Het getal dat in een zilveren stuk is geslagen, is een gehalte in duizendsten: delen zuiver zilver op duizend delen legering. 925 betekent 925 delen op duizend, oftewel 92,5 procent zilver naar gewicht. De overige 7,5 procent is meestal koper, toegevoegd omdat fijn zilver op zichzelf te zacht is om een vorm, een scharnier of een zetting vast te houden. Dat gehalte heeft een naam – sterling – en de meeste zilveren sieraden die in Groot-Brittannië, Ierland en Noord-Amerika worden verkocht, zijn ernaar gemaakt.

Boven sterling staat 958, Britannia-zilver, een hoger en zachter gehalte dat eind zeventiende eeuw in Engeland is ingevoerd en nog altijd wordt geslagen. Onder sterling staan de continentale gehalten. 800 en 830 kom je voortdurend tegen op ouder Duits, Oostenrijks, Italiaans, Nederlands en Scandinavisch werk. Allebei zijn ze werkelijk zilver, met meer koper erin, waardoor ze harder zijn, iets warmer van tint en sneller donker worden. 900 is muntzilver, het gehalte van oude zilveren munten, en duikt op in negentiende-eeuws Amerikaans tafelzilver.

Een stuk met 800 erin is geen mislukte poging tot sterling. Het is zilver dat naar een andere nationale standaard is gemaakt, en waar het werd gemaakt, was dat de wettelijke standaard.

De tekens die je het vaakst tegenkomt

TekenZilverStandaardVaak te zien op
99999,9%Fijn zilverBaren en staven
95895,8%BritanniaBrits holwerk
925, STERLING92,5%SterlingDe meeste Britse en Amerikaanse sieraden
90090,0%MuntzilverOuder Amerikaans tafelzilver
83083,0%ContinentaalScandinavisch en Noord-Europees
80080,0%ContinentaalDuits, Oostenrijks, Italiaans
EPNS, EP, A1GeenPleetDienbladen, bestek, kandelaars

Twee waarschuwingen die het woord betreffen en niet het getal. Sterling voluit geslagen is een Amerikaanse gewoonte zonder onafhankelijke toetsing erachter. En een kale 925 zonder enig ander teken kan door iedereen en overal zijn geslagen, ook in verzilverd werk, en daarom is het teken een beginpunt en geen uitkomst.

Het Britse keurmerk en zijn onderdelen

Een stuk dat in het Verenigd Koninkrijk is gekeurd, draagt drie verplichte tekens, geslagen door een waarborgkantoor nadat het metaal werkelijk is getoetst.

  1. Het meesterteken. Initialen in een gevormd schild, geregistreerd op naam van het bedrijf dat het stuk heeft aangeboden.
  2. Het gehaltekeur. Het getal zelf – 925, 958, 800 – in een omlijsting waarvan de vorm het metaal aangeeft.
  3. Het kantoorteken. Een luipaardenkop voor Londen, een anker voor Birmingham, een roos voor Sheffield en een burcht voor Edinburgh. Glasgow, Chester, Exeter, Newcastle, York en Dublin kom je op ouder werk tegen.

Daarnaast kun je de schrijdende leeuw aantreffen, een lopende leeuw met één voorpoot geheven, het traditionele Britse symbool voor sterling. Britannia-zilver gebruikt in plaats daarvan een zittende Britannia. Deze beeldtekens zijn sinds 1999 optioneel, dus hun afwezigheid op een recent stuk zegt niets, terwijl hun aanwezigheid op een ouder stuk een sterke aanwijzing is dat het netjes is gekeurd.

Een jaarletter – één letter in een schild, met per cyclus een ander lettertype – is sinds 1998 vrijwillig. Waar er een is overgebleven, dateert hij de keuring op één jaar. Waar er geen is, volgt er niets uit.

De woorden waar helemaal geen zilver in zit

Een aantal vertrouwde termen beschrijft metaal waar geen greintje zilver in zit.

  • EPNS – electroplated nickel silver. Een dun galvanisch laagje zilver over een nikkellegering. Het laagje is zilver; het voorwerp niet.
  • Pleet – hetzelfde idee onder een andere naam, soms gemerkt met EP of A1.
  • Nieuwzilver, alpaca en maillechort, ook wel alpacca geschreven – één legering van koper, nikkel en zink onder drie namen, zilver genoemd om de kleur alleen.
  • Tibetaans zilver en silver tone – verkoopomschrijvingen zonder vastgelegde samenstelling.

Verzilverd tafelgerei draagt vaak een rijtje kleine stempels die op het eerste gezicht op een Brits keurmerk lijken. Kijk of de onderdelen er zijn die een echt keurmerk heeft: initialen, een gehaltegetal, een stadssymbool en meestal een leeuw. Een rijtje schildjes met een kroon, een bloem en een letter maar zonder getal is een fabrieksmerk, geen keuring.

Pleet van massief onderscheiden zonder laboratorium

Vier waarnemingen, geen ervan op zichzelf sluitend, die samen meestal uitsluitsel geven.

Slijtage op de hoogste punten. Het laagje is het dunst waar vingers en manchetten langs gaan: de bovenkant van een ringband, de rand van een slavenarmband, de verhoogde delen van een gedreven patroon, de rand van een lepel. Kijk onder fel licht of er een doffer, warmer of roziger metaal doorheen komt, of een donkergrijze plek waar het nikkel bloot ligt. Massief zilver wordt op die plekken dunner zonder van kleur te veranderen.

Gewicht. Zilver is dicht, en een sterling stuk voelt in de hand zwaarder dan hetzelfde voorwerp in verzilverd messing, staal of zinklegering. Dit is een vergelijking, geen meting.

Geur. Wrijf het stuk een paar seconden stevig en ruik aan je vingers. Zilver is vrijwel reukloos. Ondergronden van koper en nikkel geven de scherpe muntgeur van kleingeld, en een sterke geur is reden om beter naar de randen te kijken.

Een magneet. Zilver wordt helemaal niet door een magneet aangetrokken, dus trek betekent ijzerhoudend metaal: verzilverd staal, een stalen veer in een slot of een stalen brochespeld. Geen trek bewijst niets, want messing, nieuwzilver en zinklegeringen zijn evenmin magnetisch.

Aanslag is bewijs, geen schade

Zilver reageert met zwavelverbindingen in de lucht tot zilversulfide, een laagje dat eerst strogeel wordt, dan bruin en dan zwart. Het is een oppervlakte-effect en het haalt niets van het metaal weg. Stukken die samen met wol, elastiekjes of krantenpapier liggen, worden sneller donker, en hetzelfde geldt voor alles wat in een warme kamer op de huid wordt gedragen.

Daar volgt tweeërlei uit. Een zilverkleurig stuk dat na jaren in een doos nooit is aangeslagen, verdient een tweede blik – al slaat gerhodineerd zilver, gewoon op moderne ketting en zettingen, werkelijk niet aan, en roestvast staal evenmin. En lagere gehalten gedragen zich anders: het extra koper in 800 en 830 wordt sneller donker en kan een groenige streep op de huid achterlaten.

Zwart in de verdiepingen van gegraveerd of gedreven werk is vaak bewuste oxidatie, aangebracht om het patroon diepte te geven. Een dip die elk spoor van aanslag weghaalt, neemt dat mee, en bij een antiek stuk is er geen weg terug.

Een zilverkleurig stuk zonder teken

Ongestempeld betekent niet onedel metaal. Britse keuring is pas verplicht boven 7,78 gram zilver, dus lichte oorbellen, dunne kettingen, kleine bedeltjes en smalle stapelringen worden volkomen wettig zonder teken verkocht. Veel landen hebben nooit een keuringsstelsel gehad, oudere stukken zijn ouder dan de betreffende wet, een vermaakte ringband kan het gestempelde deel kwijt zijn, en polijsten strijkt een ondiepe pons glad. Meer daarover staat in wat een ontbrekend keurmerk wel en niet betekent.

Wat het gehalte vaststelt, is een toets op het metaal zelf. Een toets met zuur en toetssteen gaat door elk laagje heen, ten koste van een klein krasje op een onopvallende plek. Röntgenfluorescentie bij een juwelier leest de legering zonder het stuk te beschadigen, al ziet die alleen de bovenste paar micron en laat die zich misleiden door een dikke laag.

Vanaf foto’s neemt Carat over wat er werkelijk is geslagen – 925 blijft 925 – duidt het daarna, en wijst op tekenen van verzilvering zoals randslijtage en kleurverandering waar de beelden die laten zien. Zie het als een manier om een la te sorteren in stukken die een toets waard zijn, naast de controles hierboven en niet in plaats daarvan. Gouden keurmerken lezen behandelt hetzelfde terrein voor de gele metalen.

Nederlandse keurtekens: 1e en 2e gehalte zilver

In Nederland regelt de Waarborgwet de officiële keurtekens voor zilver. De wet onderscheidt verschillende standaarden. De term 1e gehalte zilver betekenis verwijst naar een zuiverheid van minimaal 925 duizendsten (sterling). Dit werd van oudsher aangeduid met een lopende leeuw of staand leeuwtje. De 2e gehalte zilver betekenis staat voor 835 duizendsten en werd lang gestempeld met een leeuw vergezeld van een cijfer 2.

Voor kleine voorwerpen wordt in Nederland vaak het zwaardje gebruikt. De belangrijkste historische en hedendaagse waarborgtekens zijn:

  • Lopende leeuw: 1e gehalte (925/1000 of sterling).
  • Leeuw met cijfer 2: 2e gehalte (835/1000).
  • Zwaardje: gebruikt op kleine zilveren werken van goedgekeurd gehalte.

Soortelijk gewicht en dichtheid van zilver

Naast een merkteken op zilver biedt het bepalen van de dichtheid zekerheid bij echtheidscontroles. Zuiver zilver (chemisch symbool Ag) heeft een vaste dichtheid: het soortelijk gewicht van zilver bedraagt bij kamertemperatuur exact 10,49 g/cm³. Omdat puur zilver te zacht is voor dagelijks gebruik, worden andere metalen zoals koper bijgemengd.

Door deze toevoeging wijkt het soortelijk gewicht van zilver 925 licht af, meestal rond de 10,3 tot 10,4 g/cm³. Met een nauwkeurige weegschaal en de hydrostatische weegmethode kan het volume en de dichtheid worden berekend. Onedele imitaties zoals alpaca of verzilverd koper hebben een aanzienlijk lagere dichtheid, waardoor imitaties direct opvallen.

Veelgestelde vragen

Is 925 zilver echt zilver?

Ja. 925 is sterling: 92,5 procent zilver met ongeveer 7,5 procent koper, toegevoegd voor de hardheid. Het is het gehalte waarnaar de meeste zilveren sieraden in Groot-Brittannië en Noord-Amerika worden gemaakt. De stempel alleen is geen bewijs, want hij kan ook in verzilverd werk worden geslagen, maar het gehalte zelf is echt zilver.

Wat betekent 800 op een oud zilveren stuk?

800 is een continentaal gehalte: 80 procent zilver, de rest vooral koper. Het komt veel voor op Duits, Oostenrijks en Italiaans werk en is met recht zilver, alleen met een lager gehalte dan sterling. Het extra koper maakt het harder en zorgt dat het sneller en donkerder aanslaat.

Bewijst een magneet dat zilver echt is?

Hij sluit alleen dingen uit. Zilver wordt niet door een magneet aangetrokken, dus een stuk dat trekt bevat ijzerhoudend metaal, meestal een verzilverd stalen lichaam of een stalen veer in het slot. Een stuk dat niet trekt, kan onder het laagje nog altijd messing, nieuwzilver of zinklegering zijn.

Is EPNS iets waard?

Als metaal vrijwel niets. Electroplated nickel silver is een nikkellegering onder een microscopisch laagje zilver. Goed EPNS-tafelgerei van een bekende maker heeft een bescheiden decoratieve en tweedehandswaarde, maar geen raffinaderij of goudopkoper betaalt ervoor per gewicht.

Waarom is mijn zilver zwart geworden?

Zilver reageert met zwavelverbindingen in de lucht tot zilversulfide, een dun donker laagje op het oppervlak. Het haalt geen metaal weg en poetst eraf. Opbergen bij wol, rubber of krantenpapier versnelt het, en zilver van 800 wordt sneller donker omdat er meer koper in zit.

Moeten zilveren sieraden in het Verenigd Koninkrijk gekeurd zijn?

Alleen boven 7,78 gram. Onder dat gewicht mag een zilveren voorwerp zonder enig teken worden verkocht, en daar vallen de meeste lichte oorbellen, dunne kettingen en kleine bedeltjes onder. Een ongestempeld licht stuk is niets bijzonders, en een zuur- of XRF-toets stelt vast wat het is, in plaats van een aanname.

Wat betekent het zwaardje op Nederlands zilver?

Het zwaardje is een officieel Nederlands waarborgkeurmerk voor kleine zilveren voorwerpen. Sinds 1906 geeft dit keurteken aan dat het voorwerp aan ten minste het wettelijke minimumgehalte voldoet, zonder dat er ruimte nodig was voor afzonderlijke grote stempels.

Wat is het verschil tussen 1e en 2e gehalte zilver?

Het verschil zit in de zuiverheid. Eerste gehalte zilver bevat minimaal 92,5% puur zilver (925/1000) en staat bekend als sterlingzilver. Tweede gehalte zilver bevat 83,5% puur zilver (835/1000). Beide zijn wettelijk erkend volgens de Nederlandse Waarborgwet.

Hoe herken je Duitse zilvermerken?

Duitse zilvermerken bestaan sinds 1888 standaard uit het gehaltegetal (meestal 800 of 835), vergezeld van een halve maan (Halbmond) en een keizerskroon (Krone). Dit rijkskeurmerk garandeert het gehalte en wordt vaak vergezeld door het merkteken van de zilversmid.